Welke kabel waarvoor
|
Kabel
|
Waarvoor
|
Opmerking
|
|
Loxone Tree-kabel
|
Tree-verlichting, sensoren, bedieningen
|
Eén kabel volstaat voor alles. Ook verkrijgbaar in voorbedrade buis.
|
|
UTP cat6 of hoger
|
Sensoren en bedieningen wanneer je geen Tree-verlichting gebruikt
|
De aderparen oranje/oranje-wit en groen/groen-wit komen overeen met de Tree-klemmen in alle Loxone-toestellen.
|
|
EIB/KNX-kabel
|
Idem
|
Werkt, maar de aderkleuren komen niet overeen met de klemmen. Verwarrend bij later onderhoud.
|
|
3G1.5 en 3g2,5
|
Gewone verlichting en stopcontacten
|
Niet voor Tree-verlichting.
|
|
4G1.5 of 5G1.5
|
Rolluiken en screens via een relais in het verdeelbord
|
Rolluiken hebben aarding, nul, op en neer nodig.
|
|
SVV en andere niet-getwiste kabel
|
Niet gebruiken voor data
|
—
|
Een boom, geen ster
Bij een klassieke installatie vertrekt alles in ster naar de kast. Met Tree hoeft dat niet: je takt af waar je wil, zoals de takken van een boom. Vandaar de naam. Dat scheelt kabel, breekwerk en ruimte in het bord.
Per Tree-tak sluit je tot 50 toestellen aan. Een Tree Extension heeft twee takken, samen dus 100 toestellen. De Miniserver zelf heeft één Tree-tak ingebouwd.
Hoe ver en hoeveel per kabel
In negen van de tien woningen hoef je hier niet over na te denken. Als vuistregel houden we ongeveer 30 meter per tak aan, en maximaal 200 watt per kabel. De technische bovengrens ligt hoger — de uitgangen van de Loxone Power Supply zijn per stuk met 10 A afgezekerd, goed voor 240 watt — maar met 200 watt hou je marge.
In de muur of in buis
Leg de Tree-kabel bij voorkeur in een wachtbuis. Dan kan je later vervangen of bijtrekken zonder breekwerk. Wij bieden de Tree-kabel ook aan in
voorbedrade preflex, wat een stap in de werf uitspaart.
Rolluiken en screens
Twee manieren. Ofwel stuur je elk rolluik via een relais in het verdeelbord, en dan trek je 4G1.5 of 5G1.5 naar elk toestel. Ofwel gebruik je de
Nano 2 Relay Tree bij het rolluik zelf, en dan volstaat een Cat6- en 3g1,5-kabel die je van het ene rolluik naar het volgende doorlust.
Die tweede manier levert minder kabel op, een kleiner verdeelbord, minder werk en een lagere prijs. En de Nano 2 Relay heeft stroomdetectie en volautomatische eindpositiedetectie: hapert of blokkeert een motor, dan krijg je een melding in de Loxone-app.
Stopcontacten
Wil je een stopcontact kunnen schakelen, dan is een aparte kabel naar de kast de beste methode. Weet je nog niet welke stopcontacten dat worden, dan is de Socket Air een uitweg: die is verplaatsbaar, dus je hoeft er tijdens de installatie geen beslissing over te nemen.
Wat naar buiten gaat
Alles wat op 230 V naar buiten gaat, plaatsen we achter een aparte differentieel. Buitenstopcontacten zou ik bovendien schakelbaar maken, zodat ze uit staan bij afwezigheid of 's nachts en niemand er iets op kan aansluiten. Onderbreek daarbij dubbelpolig, met een extra koppel relais.
Voor 24 V ligt dat anders: die is goed afgezekerd en levert geen gevaar op. Er komt trouwens steeds meer 24 V-verlichting voor buiten. Dat heeft een praktisch voordeel dat je pas merkt als het misgaat: een kortsluiting in een grondspot legt bij 230 V meestal je hele woning plat, bij 24 V niet.
Hoeveel plaats in het verdeelbord
Dat hangt af van de grootte van de woning en van wat je wil. De vuistregel is eenvoudig: hoe meer je met Tree-componenten werkt, hoe minder plaats je nodig hebt. Schakel je alles op de traditionele manier, dan heb je meer klemmen en meer componenten nodig, en dus een grotere kast, meer werk en een hogere prijs.
Als je nog niet weet wat je precies wil
Dat is de normale situatie, en het is geen probleem — zolang de basisbekabeling er ligt. Laat je adviseren over welke kabel waar hoort voor de muren dicht gaan. Daarna kan je nog jaren uitbreiden, en voor wat je vergeten bent heeft Loxone van vrijwel elk toestel ook een draadloze variant.